Het IZER-programma


Wanneer uw huisarts bij IZER is aangesloten en bij u de chronische ziekte COPD is vastgesteld, kan het zijn dat u binnen het (keten)zorgpad COPD valt. U kunt dit navragen bij uw huisarts. 

Wanneer u als patiënt deelneemt aan het COPD-programma van IZER, krijgt u ondersteuning en begeleiding van uw huisarts en de praktijkondersteuner in de behandeling van uw COPD. Doel van dit programma is om u als COPD-patiënt (beter) om te leren gaan met de gevolgen van COPD in het dagelijkse leven, zodat de kwaliteit van uw leven verbetert. Maar wat betekent dit precies?

Diagnose

De meeste patiënten komen met klachten van benauwdheid, hoesten of opgeven van slijm bij de huisarts op het spreekuur. Belangrijk is dat duidelijk is waar deze klachten vandaan komen. De huisarts zal u een aantal vragen stellen en als hij het nodig vindt doorverwijzen naar de praktijkondersteuner (of naar de STAR) voor een longfunctietest. De praktijkondersteuner zal u naast het afnemen van de longfunctie ook nog een heel aantal vragen stellen. De praktijkondersteuner neemt hier de tijd voor, ook omdat zij alles goed zal documenteren. Al uw gegevens worden namelijk vastgelegd in het dossier van uw huisarts.

Het is heel belangrijk om alle gegevens compleet te hebben om een diagnose te kunnen stellen, maar ook om in beeld te krijgen welke ziektelast u daarbij ervaart. Dat verschilt namelijk van persoon tot persoon, maar bepaalt wel de therapie die uw huisarts en de praktijkondersteuner samen met u zal gaan inzetten.

Behandelfase

Wanneer de huisarts op basis van alle gegevens en de longfunctie de diagnose heeft gesteld, zal hij deze met u en indien u dit wenst, met uw partner bespreken. De praktijkondersteuner zal u mondelinge en schriftelijke informatie geven over COPD. Op dit moment start ook de behandeling. Deze behandeling bestaat uit twee aspecten:

  1. Medicijnen
    Over het algemeen zijn dit inhalatoren. Dit kunnen luchtwegverwijders zijn of ontstekingsremmers.
  2. Leefstijladviezen
    De praktijkondersteuner heeft u in het eerste contactmoment veel vragen gesteld. Op basis van al deze gegevens wordt duidelijk welke klachten u heeft en welke diagnose daarbij past. Ook zal duidelijk worden welke beperkingen u ervaart in het dagelijkse leven. Samen met  de praktijkondersteuner gaat u deze bespreken en een behandelplan opstellen. In een behandelplan staat onder andere beschreven welke doelen u wilt bereiken. De huisarts en de praktijkondersteuner gaan u hierbij helpen. 

Standaard controles

Het aantal controles bij de praktijkondersteuner en de huisarts is afhankelijk van uw klachten. Wanneer u samen met de praktijkondersteuner een behandelplan heeft opgesteld, zal hij/zij dit regelmatig met u willen bespreken. Hij/zij kan u begeleiden en ondersteunen bij het bereiken van uw doelen. De praktijkondersteuner zal tijdens de afspraken ook aandacht hebben voor medicatie, longaanvallen, voeding en beweging.

Medicatie

Het is erg belangrijk dat u uw medicatie op de juiste manier gebruikt. De praktijkondersteuner zal u uitleggen hoe u de voorgeschreven medicatie moet gebruiken en dit samen met u oefenen.

Longaanval herkennen

Een longaanval is een plotselinge verergering van uw ziekte. Longaanvallen komen bij COPD-patiënten helaas geregeld voor. Het is belangrijk dat u de klachten op tijd herkent en weet wat u kunt doen wanneer u een longaanval heeft, zodat er tijdig kan worden gestart met een behandeling. Uw praktijkondersteuner leert u een longaanval te herkennen. Ook bespreekt hij/zij met u welke medicatie u extra mag nemen en wie u kunt bellen wanneer het niet beter gaat.

Voeding

Sommige COPD-patiënten hebben te kampen met gewichtsverlies. Wanneer niet goed op het voedingspatroon wordt gelet, kan dit zelfs resulteren in een te laag gewicht. De praktijkondersteuner zal aandacht besteden aan uw voedingspatroon. Indien er sprake is van ondergewicht zal hij/zij u voedingsadviezen geven. Mocht dat geen verbetering opleveren, dan kan hij/zij u doorsturen naar een diëtist.

Bewegen

Regelmatige bewegen kan overgewicht in het algemeen en COPD-gerelateerde klachten verminderen. Voldoende beweging zorgt er ook voor dat u zich fitter voelt en ontspannen bent. U beweegt voldoende wanneer u minstens 150 minuten per week aan matig intensieve inspanning doet, verspreid over diverse dagen. Dit is de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB). Bent u jonger dan 18 jaar, doe dan minstens elke dag een uur aan matig intensieve inspanning.

U beweegt matig intensief wanneer u een iets hogere hartslag krijgt en sneller gaat ademhalen. Onder matig tot intensief bewegen valt bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen. U hoeft dus niet per se te sporten om aan de norm te voldoen. Haalt u de norm? Check het op 30minutenbewegen.nl. Wilt u in Rotterdam en omgeving gaan sporten, maar weet u niet waar? Kijk dan op beweegkrachtrotterdam.nl of rotterdamsportstad.nl.