Wat te doen na een suïcide?


In de regio Rijnmond doen jaarlijks ruim 900 mensen een suïcidepoging. Na een mislukte poging pleegt 10% op een later tijdstip alsnog een geslaagde suïcide. Hoe ga je daar in de huisartspraktijk mee om: wat moet er allemaal geregeld worden en hoe verwerk je als team de zelfdoding van een patiënt? Kaderarts GGZ Noor Pelger wijst op een nuttige checklist, die als richtlijn in de praktijk goed van pas kan komen.

Elke huisartspraktijk heeft te maken met cliënten met suïcidale gedachten, zelfmoordplannen en -pogingen. De cijfers – zoals gemeld op 113.nl – liegen er niet om: in Nederland plegen vijf mensen per dag zelfmoord, bij jongeren is het doodsoorzaak nummer één en de kans dat een volwassene met een depressie een suïcidale gedachte krijgt is twee keer groter dan bij een volwassene zonder depressie. Bovendien heeft één op de twee mensen die overlijden door zelfmoord de maand ervoor de huisarts bezocht.

Checklist biedt houvast

Voor suïcidepreventie in de huisartspraktijk zijn diverse materialen beschikbaar, in de vorm van handreikingen, toolkits en trainingen. Maar voor de correcte ‘afhandeling’ in de praktijk van een suïcide door een patiënt bestond tot voor kort geen checklist. “Juist in de fase waarin onze eigen emoties ook een rol spelen kan zo’n steun, letterlijk en figuurlijk, houvast bieden,” zegt Noor Pelger, als kaderarts GGZ werkzaam bij IZER. “Daarom wil ik de zorgverleners binnen IZER graag wijzen op een checklist - opgesteld door kaderartsen GGZ Nederlanden -, waarop overzichtelijk wordt aangegeven wat te doen na suïcide van een patiënt. Er moet immers nogal wat in de praktijk geregeld worden, waarbij ook de minder voor de hand liggende aandachtspunten niet over het hoofd gezien mogen worden. Denk aan het inlichten van eventuele ketenpartners of het aanmaken van een episode betreffende de suïcide in het patiëntendossier van partner en/of kinderen van de overleden patiënt. Zorgvuldige rapportage is eveneens relevant, bijvoorbeeld betreffende de keuzes die je mogelijk als zorgverlener bij de behandeling van deze patiënt gemaakt hebt.”

 

Nazorg voor het praktijkteam

Opvang na een suïcide is niet alleen noodzakelijk voor het netwerk van de overledene, ook het praktijkteam is gebaat bij nazorg. Ook dat aandachtspunt komt op de checklist aan de orde. “Het is logisch dat je na een geslaagde suïcidepoging van een patiënt aangeslagen bent, waarbij je je afvraagt welke signalen je gemist hebt of hoe je misschien anders had moeten handelen. Vang elkaar op, plan tijd voor gesprek en als er behoefte is aan meer opvang, geef dat dan een vervolg. Ruimte creëren om met elkaar te spreken en naar de ander te luisteren, dat helpt je verder.”

 

Deel het document in de praktijk

Op verzoek van Noor is de checklist inmiddels gestuurd naar alle POH GGZ die in de bij IZER aangesloten huisartspraktijken werkzaam zijn. “Mijn voorstel daarbij is om dit document in de praktijk te delen. Het is een werkdocument en pretendeert niet volledig te zijn, maar het kan zeker benut worden als een richtlijn ‘wat te doen na suïcide’. De checklist is overigens ook hier te downloaden.

 

Steun, vragen of advies

Het document bevat tot slot nog enkele relevante links naar websites van organisaties die steun en hulp bieden. Ook is de GGZ-consultatie beschikbaar in de regio Rotterdam. GGZ-aanbieders, zowel vrijgevestigde als GGZ-organisaties, hebben voor zowel de bGGZ als sGGZ een aanbod beschikbaar voor consultatie. Voor vragen of advies is Noor Pelger ook altijd bereikbaar via n.pelger@izer.nl.

GGZ
GGZ (c)
Ketenzorg (c)